Grote vernieuwing in ons onderwijs
Toen ik natuurkunde studeerde, heb ik me helemaal vastgebeten in het vak: kwantummechanica 1, 2, en 3 en algemene relativiteitstheorie. Ik heb er later weinig aan gehad, maar ik smulde ervan. Destijds was ik al een van de weinigen, nu is de belangstelling nog veel minder geworden.
Er komen veel te weinig studenten op belangrijke vakgebieden af. Studenten die wel komen, vallen veel te vaak na enige tijd weer af. En degenen die er uiteindelijk in slagen om hun opleiding af te maken, doen er veel te lang over. Het gaat zo slecht dat ik de cijfers niet durf te geven.
Daarop worden we nu vanuit de maatschappij vrij hard afgerekend. We krijgen het verwijt dat we er een potje van maken. Het is evident dat het zo niet langer meer gaat. Doorgaan op deze weg zal onze universiteit marginaliseren.
Ons onderwijs gaat daarom grondig op de schop. De maatschappij heeft niet alleen monodisciplinaire ingenieurs nodig, die net als ik gefascineerd zijn door wetenschap.
We gaan daarom ook andere soorten ingenieurs opleiden. Studenten die leraar, arts of manager willen worden en op weg daarheen een technische route kiezen. Of generalisten, die zich zorgen maken over de wereld en willen werken aan de grote maatschappelijke thema’s, zoals energie, gezondheid en mobiliteit.
Vanaf september 2012 brengen we al het bacheloronderwijs onder in één organisatie. Alle studenten krijgen dezelfde basis in natuurwetenschappen, ontwerp- en modelleervaardigheden, en een basis in sociale- en menswetenschappen. Dat stempel krijgt iedere Eindhovense ingenieur.
Er komt ook een maatschappelijke component, die net zo zwaar is als deze basis. Daarnaast is er veel keuzevrijheid. Denk bijvoorbeeld aan een variant industriële natuurkunde, met flink wat bedrijfskunde. Of een major biomedische technologie met medische vakken aan de Universiteit Utrecht.
We staan voor de belangrijkste ingreep in de geschiedenis van onze universiteit.
Veel details moeten nog worden uitgewerkt. De invoering van het nieuwe onderwijs wordt voorbereid door een task force van docenten en studenten. Maar zij kunnen het niet alleen. We hebben de creativiteit van iedereen hard nodig. Doe mee in de discussie!
Hans van Duijn
