We komen dichter bij de industrie te staan.
Het wordt harder, hier op de campus. Studenten die graag iets meer dan gewoon doen, worden straks meteen als langstudeerder beboet. Een tentamen overdoen kan al een probleem zijn. Straks verdampt misschien ook nog de OV-studentenkaart.
Ook het wetenschappelijk onderzoek staat onder druk. De staf voelt hoe het ene na het andere overheidsfonds wegvalt. Dat is niet alleen een gevolg van de crisis. We hebben een regering die niet echt op de hand is van slimme mensen.
Daarover kunnen we natuurlijk met z’n allen hard gaan klagen. Maar ik trek liever mijn eigen plan. Als de overheid ons niet steunt, zullen we het zelf moeten doen. Tot nu toe deden overheid, bedrijfsleven en universiteit veel samen. Als de overheid zich terugtrekt, blijven er altijd nog twee over. Universiteit en industrie zullen hechter met elkaar verbonden raken. Waar dat uitkomt weet ik niet. We zijn op zoek naar nieuwe vormen van samenwerking. Als technische universiteit zijn we daarvoor in een uitstekende positie. Toepassing van onze kennis in de industrie is onze core-business.
Dat is ook een goed vooruitzicht voor onze studenten. We zijn als universiteit 55 jaar geleden gesticht omdat de industrie behoefte had aan scholing van talent. Die behoefte is er meer dan ooit. Als de overgang naar de industrie vloeiender wordt, liggen daar nieuwe kansen voor stages en carrière.
We gaan onze uiterste best doen om alle studenten binnenboord te houden. Maar wij kunnen dat niet alleen. Studenten moeten zelf ook in actie komen. Realiseer je waar de nieuwe grenzen liggen en handel daarnaar. Een kortere studie wil niet zeggen minder grondig. Maar we moeten het met zijn allen wel strakker organiseren.
We staan onder druk, maar juist dat kan nieuwe wegen openen.
Hans van Duijn
Eindhoven, 7 april 2011

