Met zijn allen in een open kantoortuin werken wordt het nieuwe normaal, maar er is nogal wat op aan te merken

Je schuift er aan waar je wilt en je kunt snel contact leggen met je collega’s, is het idee. Met zijn allen werken in grote kantoortuinen is onmiskenbaar een trend. Maar je kunt hoorndol worden in zo’n omgeving.

Tien jaar geleden werden er nog auto’s gerepareerd, nu zitten er tientallen jonge mensen aan grote tafels achter hun laptop gebogen. We zijn in de voormalige Peugeotgarage vlak bij de A10-West in Amsterdam. Rijen met bananenplanten en kleine palmen breken de ruimte. Het is het nieuwe hoofdkantoor van vastgoedadviesbureau CBRE. ‘Let niet op de kartonnen dozen met spullen’, zegt een persmedewerker. ‘We zijn nog druk bezig met de inrichting.’

De nieuwe werkplek oogt als een groene oase. Maar een oase van rust is het niet. Je ziet mensen overleggen, anderen hebben koptelefoons op om niet afgeleid te raken.

Heb je liever je eigen rustige kamer met boekenkast en foto’s van je gezin op je bureau, dan kun je het nog knap lastig krijgen. Met zijn allen in een grote open kantoortuin werken, zoals hier in de oude reparatiehal van de voormalige Peugeotgarage, wordt het nieuwe normaal, vreest Rianne Appel-Meulenbroek, universitair docent bedrijfsvastgoed aan de TU Eindhoven.

‘Exacte cijfers heb ik niet’, zegt Appel-Meulenbroek. ‘Maar het is overduidelijk een trend. En die zie ik niet snel overwaaien. Het begon bij bedrijven in de creatieve industrie, zoals architectenbureaus, waar snelle uitwisseling van ideeën van groot belang is, maar het wordt nu ook al ingevoerd bij instellingen waar werknemers vooral zeer geconcentreerd moeten werken, zoals universiteiten. Ik maak me daar zorgen over.’

Het Planbureau voor de Leefomgeving constateert deze trend ook. Het bureau ziet het aantal vierkante meter kantoorruimte per werknemer al jaren dalen en schrijft die daling deels toe aan de opkomst van kantoortuinen. Bedroeg de oppervlakte in 2001 nog 27 vierkante meter per persoon, in 2017 was dit gedaald naar 22 vierkante meter.

Kantoortuinen waar men flexibel – zonder vaste werkplek – kan werken raakten in de jaren negentig in zwang. ‘Na de telewerkrevolutie, waarbij mensen ook thuis of onderweg mochten werken, zagen gebouwbeheerders dat hun kantoren het gros van de tijd maar halfgevuld waren’, zegt werkomgevingsexpert Theo van der Voordt van de TU Delft.

‘Het was ook de tijd dat steeds meer mensen in deeltijd gingen werken. Door flexplekken te introduceren in open ruimtes kon er flink op ruimte bespaard worden. Een van de voorlopers was Interpolis. ‘We gaan de muren afbreken’, riep het topmanagement bij de verzekeraar.’

Open ruimten zouden bovendien de interactie tussen collega’s stimuleren. Ideeën zouden in zo’n omgeving snel worden uitgewisseld. Het was een win-winsituatie. Maar dat valt tegen, nu de kruitdampen van de eerste studies naar de psychologie van kantoortuinen zijn opgetrokken.

Het Center for People and Buildings in Delft onderzoekt sinds 2000 hoe werknemers kantoren ervaren. In een studie naar de ervaringen van 30 duizend mensen bij 150 bedrijven klaagt bijna de helft van de geënquêteerde werknemers in kantoortuinen over een gebrek aan privacy. In kantoren met wandjes en vaste plekken is dit minder dan een kwart. En bijna de helft van de gebruikers van kantoortuinen heeft concentratieproblemen, tegen eenderde van de mensen in traditionele kantoren.

Volledig artikel en bron: De Volkskrant