Minder wagenziekte in zelfrijdende auto’s door Mobility Lab

2 juli 2019

Twee promovendi van de TU/e hebben een manier gevonden om wagenziekte in een zelfrijdende auto tegen te gaan.

Het Mobility Lab
Het Mobility Lab

Zelfrijdende auto’s zijn veiliger en bieden passagiers de mogelijkheid om lekker achterover te leunen op weg naar huis of het werk. Nadeel is dat veel mensen last hebben van wagenziekte als ze in een rijdende auto een film bekijken of een boek lezen. Twee Maleisische onderzoekers van de faculteit van Industrial Design van de Technische Universiteit in Eindhoven, Nidzamuddin Md. Yusof en Juffrizal Karjanto, hebben een manier gevonden om dit probleem te verlichten. Dit doen ze door het zogenaamde omgevingsbewustzijn van de passagier te vergroten. Ze hebben hun oplossing getest in een Mobility Lab, een speciale auto die een zelfrijdende auto simuleert. Yusof en Karjanto verdedigen hun proefschrift op respectievelijk 3 en 4 juli aan de TU/e.

In een volledig geautomatiseerde auto wordt de chauffeur passagier. Terwijl de auto alle taken afhandelt die te maken hebben met het rijden, heeft de inzittende alle vrijheid om zich bezig te houden met werk, sociale contacten of vrijetijdsbezigheden. Nadeel is dat mensen die zich bezighouden met andere zaken dan de auto besturen, zich vaak minder bewust van hun omgeving en de bedoelingen van de auto. Daardoor zijn ze minder voorbereid op de krachten die ontstaan als de auto versnelt, afremt of afslaat. Bij veel mensen leidt dit tot wagenziekte, een serieus probleem dat ertoe kan leiden dat de zelfrijdende auto minder snel doorbreekt.

Wagenziekte kun je deels oplossen met een meer defensieve rijstijl, zodat de auto abrupte veranderingen in richting of snelheid zoveel mogelijk vermijdt. Alleen is dat een stedelijke omgeving, met veel kruisingen en zijstraten, geen oplossing.

Mobility Lab

Om een beter alternatief te bieden, hebben de twee onderzoekers van de faculteit Industrial Desigin van de TU/e vier apparaten ontwikkeld die de passagier op een subtiele manier informeren over zijn positie zonder dat hij naar buiten hoeft te kijken. Twee apparaten geven die informatie met visuele hints, de andere twee met trillingen. Ze testten de apparaten in een speciaal uitgeruste auto, het Mobility Lab, die fungeert als een simulatie van een zelfrijdende auto. Op die manier kregen ze veel relevantere resultaten dan met een gangbare simulator.  

 

Peripheral visual feedforward system (PVFS): (links) de plaats van het Mobility Lab; (rechts) lichtsignaal beweegt van linksbeneden naar rechtsboven om aan te geven dat de auto op het punt staat rechts af te slaan
Peripheral visual feedforward system (PVFS): (links) de plaats van het Mobility Lab; (rechts) lichtsignaal beweegt van linksbeneden naar rechtsboven om aan te geven dat de auto op het punt staat rechts af te slaan

De vier apparaten werden ieder getest met circa 20 passagiers, die elk drie keer een uur werden geobserveerd terwijl ze een film bekeken of een boek lazen op een tablet. Alle vier apparaten verhoogden het omgevingsbewustzijn van de deelnemers. Twee apparaten slaagden er ook in de wagenziekte te verlagen: het Peripheral Visual Feedforward System (PVFS) (voor deelnemers die een film bekeken), en de Vibrotactile Display with Active Movement Mechanism (VDAM) (voor deelnemers die een boek lazen op een tablet).

Het PVFS bestaat uit twee rijen van 32 led-lampen links en recht van het filmscherm, die de passagier informeren over een voorgenomen verandering van richting. De VDAM communiceert die informatie via trillingen in de onderarm, en twee bewegende platen in de stoel.

 

Het Vibrotactile Display with Active Movement Mechanism (VDAM) gebruikt trillingen in de onderarm en bewegende platen in de stoel.
Het Vibrotactile Display with Active Movement Mechanism (VDAM) gebruikt trillingen in de onderarm en bewegende platen in de stoel.

Toekomst

Yusof en Karjanto hopen dat hun werk bijdraagt aan het ontwerp van betere interfaces in nieuwe zelfrijdende auto’s. Ze onderstrepen het belang van samenwerking met andere onderzoekers. “We hebben ons vooral beziggehouden met de technologie van de auto, en het effect op wagenziekte, maar de ontwikkeling van een duurzaam product moet ook rekening houden met het comfort en de ervaringen van de passagiers. Dat vereist input van verschillende gebruikers en onderzoeksdisciplines”.

Het Mobility Lab blijft bij de faculteit van Industrial Design van de TU/e, waar het zal worden gebruikt voor verder onderzoek naar het ontwerp van zelfrijdende auto’s. Daarnaast wordt aan de Universiti Teknikal Malaysia Melaka in Maleisië een identieke auto ontwikkeld, met hulp van de TU/e, gericht op gebruikers in Azië.

Het onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door het ministerie van Onderwijs in Maleisië en de  Universiti Teknikal Malaysia Melaka.

 

Meer informatie

 

 

Mediacontact

Henk van Appeven
(Science Information Officer)