'Ontwikkeling staat voorop'

TU/e en bedrijfsleven brengen samen start-ups naar de markt

11 juni 2019

De TU/e richt zich meer dan ooit op het stimuleren van bedrijvigheid. Er zijn verschillende projecten opgezet waarbij studenten hun kennis in de praktijk kunnen brengen.

image

Studenten worden op verschillende manieren klaargestoomd voor het bedrijfsleven. “Dit is ontstaan vanuit de vraag van studenten zelf”, legt Robert Al, van het TU/e Innovation Lab, uit. Daarom heeft de TU/e verschillende projecten opgezet waarbij studenten hun kennis in de praktijk kunnen brengen.

“Het is een van de primaire taken van de universiteit om kennis naar de maatschappij te brengen“, aldus Robert Al. Innovation Lab is een tak van de universiteit die is opgezet om het gat tussen het bedrijfsleven en de universiteit kleiner te maken. “Wij proberen kennis van binnen naar buiten te duwen. Vanuit de TU/e hebben wij een soort vaste aanvoer van kennis op allerlei niveaus. Van een innovatie waar jaren onderzoek naar is gedaan, tot praktische oplossing en korte termijn ideeën”, legt hij uit. De kennis naar buiten brengen, doet de TU/e onder andere door middel van verschillende projecten die bedrijvigheid stimuleren. Deze zijn ondergebracht bij Innovation Lab. Zo zorgt de universiteit dat alle neuzen dezelfde kant op staan en dat de projecten allemaal een ander doel dienen.

Al: “Veel kennis die op de TU/e aanwezig is, kan interessant zijn vanuit een commercieel oogpunt.”  Bij het op de markt brengen van een idee werkt de TU/e samen met andere partijen, zoals de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM). “De TU/e onderscheidt zich als universiteit omdat zij ondernemerschap actief aanwakkeren” zegt Gert-Jan Vaessen, manager bij de BOM. Dat sluit goed aan bij de doelstelling van de BOM om de Brabantse economie duurzaam te versterken. “Het start-up klimaat versterken is hierbij een heel belangrijk onderdeel.”

Ontwikkeling steunen

De universiteit en BOM werken onder andere samen in de organisatie Bright Move. Dat is een non-profit organisatie van de TU/e, BOM, Brainport Development en Fontys die de ontwikkeling van start-ups ondersteunt. Voorheen was een van de belangrijkste taken van de organisatie het verstrekken van leningen, maar dat is voor een groot deel overgenomen door het Brabant Start-up Fonds. Daarom moest Bright Move op zoek naar een nieuwe rol in het ecosysteem. Die nieuwe rol hebben zij gevonden in het runnen van een incubatieprogramma voor start-ups voor de Brainport regio. “We gaan verschillende programma’s aanbieden voor verschillende niveaus van ondernemerschap. Binnen die programma’s gaan ondernemers ieder op hun eigen niveau en tempo een idee verder uitwerken tot een product of dienst”, vertelt Al, in zijn rol als directeur van Bright Move. De studenten, onderzoekers of andere ondernemers uit de regio volgen verschillende lezingen en workshops en worden persoonlijk begeleid door de businessdevelopers van TU/e Innovation Lab en Brainport Development. “Dit leidt tot een finale evenement waarin de ondernemers, ook weer op verschillende niveaus, prijzen kunnen winnen.”

Netwerk

Een groot netwerk is belangrijk bij het opzetten van een start-up. Dat is precies waar Next Move bij probeert te ondersteunen. Met Next Move proberen onder andere de TU/e en Brainport Development verschillende initiatieven samen te brengen die start-ups op weg helpen. Het gaat dan zowel om accelerators als om bedrijven die start-ups op weg kunnen helpen met hun kennis, zoals patentbureaus. Zij kunnen de start-ups helpen door advies te geven of diensten te verlenen tegen een lager tarief.

Next Move heeft het ecosysteem van initiatieven die startups op weg helpen in kaart gebracht. “We zorgen dat de initiatieven kennis met elkaar maken zodat ze weten welke partij welke kennis en kunde heeft”, zegt Piet van der Wielen, mede-initiatiefnemer van het project. Zo ontstaat er volgens hem een betere samenwerking tussen kennisinstellingen en de buitenwereld. De wil om samen te delen is volgens Van der Wielen een van dingen die de regio sterk maakt.

Het opbouwen en inzetten van een groot netwerk is ook het idee achter Health Tech Yard. Zij richten zich daarbij vooral op de health tech. Health Tech Yard is een proeftuin waarin onder andere de TU/e, GGZ Eindhoven en Brainport Development, samenwerken om zorginnovaties verder te helpen. “Wij stellen uren, kennis, faciliteiten en ons netwerk ter beschikking om samenwerkingsverbanden verder te helpen hun innovaties op de markt te brengen”, stelt Steven an Huiden, projectleider van Health Tech Yard vanuit de TU/e.

Zorginnovaties ondersteunen is ook een belangrijk doel van de GGZ Eindhoven vandaar dat zij deelnemen aan dit project. “Wij kunnen als GGzE letterlijk een proeftuin bieden door cliënten en behandelaars te betrekken bij de ideeën. De innovaties worden eerst in co-creatie bekeken, verder onderzocht en ontwikkeld om het uiteindelijk in de behandeling toe te kunnen passen”, legt Irene Helderman, manager zorg en ICT bij GGzE, uit. “Aan de andere kant krijgen wij door de ideeën van studenten en andere bedrijven ook nieuwe kennis en een andere kijk op de zorg.” Het brede doel van Health Tech Yard, kennis en expertise uitwisselen, is naar haar idee gehaald.

Bedrijfsleven op zoek naar vernieuwing

Naast de universiteit zelf, is ook het bedrijfsleven volgens Al steeds op zoek naar vernieuwing. “Zowel in interne ontwikkeling als in nieuwe bedrijven.”, legt Al uit. Daarom probeert de TU/e volgens Al met dit soort projecten ook aan te sluiten bij de behoeften van bedrijven. “Wij proberen projecten te doen met grote bedrijven zoals Philips en ASML, maar zeker ook met het MKB. Daar zijn ontwikkelingen gaande waar studenten met hun kennis zeker iets aan bij kunnen dragen.”

De Vragenbank is een voorbeeld van zo’n project. Bij De Vragenbank kunnen MKB’ers uit de regio een vraag stellen over een innovatie idee binnen hun bedrijf. Een student zal deze dan beantwoorden en kan eventueel ook helpen bij de uitvoering van een ontwikkelplan. Hiermee is de vragenbank eigenlijk een opstapje voor MKB’ers naar SURE Innovation. Een plek waar MKB’ers tegen betaling langdurig en intensief ondersteuning kunnen krijgen van studenten bij het uitvoeren van een innovatief idee binnen hun bedrijf.

Monique Greve, projectleider van De Vragenbank, denkt dat er in het MKB veel kansen liggen voor afgestudeerde TU/e-studenten. “Zij kunnen hier meerwaarde leveren omdat ze beschikken over unieke kennis en out-of-the-box denken. Bij een MKB-bedrijf krijgen ze meestal behoorlijk wat vrijheid van handelen om processen te verbeteren of nieuwe projecten op te zetten.”

Geen winstoogmerk

De projecten zijn vanuit de TU/e volgens Al niet bedoeld om rijk van te worden, maar om kennis naar de maatschappij te brengen. “Wij moeten zorgen dat de kennis die met belastinggeld gefinancierd wordt, ook weer in de maatschappij komt”, legt Al uit. Dit kan bijvoorbeeld ook door het doen van nieuw onderzoek, het publiceren van artikelen of zelfs een gesprek in De Wereld Draait Door. Omdat de universiteit primair een kennisinstelling is, zijn er volgens Gert-Jan Vaessen partners zoals de BOM nodig om ondernemerschap op te werken en te financieren. “Wij pakken een actievere rol als aandeelhouder en ondersteunen start-ups door middel van kennis en financiering”, zegt Vaessen.

Samenwerkingen zijn erg belangrijk om de projecten en daarmee de start-ups te laten slagen. Alle partijen hebben uiteindelijk hetzelfde doel; kennis vanuit de universiteit naar de markt brengen om producten en diensten te ontwikkelen die bij kunnen dragen aan de maatschappij.


Bron: Innovation Origins, Linda Bak