Cum laude voor omzetting afval in energie

Maria Fernanda Neira D’Angelo is gisteren cum laude gepromoveerd op haar onderzoek waarin ze een microreactor ontwikkelde om organisch afval om te zetten in energie. De Argentijnse deed haar onderzoek aan de faculteit Scheikundige Technologie onder begeleiding van Jaap Schouten en Xander Nijhuis.

Biomassa is momenteel één van de belangrijkste bronnen van duurzame energie in Nederland. Hierbij wordt energie gewonnen uit organisch materiaal. Bij de omzetting van biomassa naar nuttige producten als plastics of brandstof is waterstof nodig en blijft een significant deel van de biomassa over als afval. Ook bij de voedselproductie blijft veel biomassa over als afval. Een katalysereactie genaamd Aqueous Phase Reforming (APR) is een manier om dit afval efficiënt in waterstof om te zetten, dat vervolgens weer gebruikt kan worden voor de bewerking van biomassa of elektriciteitsopwekking in een brandstofcel. Doordat APR in de vloeibare fase wordt uitgevoerd, hoeft de biomassa niet eerst gedroogd te worden, waardoor dit proces veel efficiënter is.

Onafhankelijk en initiatiefrijk
Neira D’Angelo heeft zich gericht op het ontwikkelen van een reactor om deze reactie te laten plaatsvinden – iets waar tot nog toe weinig studies naar waren gedaan. Ze is er volgens haar promotoren in geslaagd zowel de katalyse als de reactor te optimaliseren. Haar begeleiders loven haar onafhankelijkheid en haar initiatief om regelmatig nieuwe ideeën of benaderingen te proberen. Haar werk is bovendien in voor haar vakgebied bovengemiddeld aangeschreven wetenschappelijke tijdschriften verschenen.

CV
Maria Fernanda Neira D’Angelo (1983, Buenos Aires) studeerde Chemical Engineering aan de Universiteit in Madrid (Spanje) waarna ze de master Process Engineering cum laude afrondde aan de TU/e in 2010. Vervolgens startte ze haar promotieonderzoek in de onderzoeksgroep Chemical Reactor Engineering. Sinds mei 2014 werkt ze bij BiChem Technology B.V.

Vijf procent
Cum laude promoties zijn relatief zeldzaam. Zo'n vijf procent van de promovendi krijgt dit erepredikaat. Om ervoor in aanmerking te komen moet het verrichte onderzoek van een uitzonderlijk hoge kwaliteit zijn en moet de promovendus met uitzonderlijke zelfstandigheid gewerkt hebben.