Promotie-onderzoek TU/e: stel niet volume en kosten maar patiënt centraal in de zorg

28 augustus 2019

Door de toepassing van Value-based Healthcare overlijden minder hartpatiënten, en zijn er minder complicaties.

Vernieuwde hartkatheterisatiekamer Catharina Hartcentrum Eindhoven
Vernieuwde hartkatheterisatiekamer Catharina Hartcentrum Eindhoven

De behandelresultaten voor hartpatiënten in het Catharina Hartcentrum in Eindhoven zijn de afgelopen jaren sterk verbeterd dankzij een nieuwe manier van kwaliteitsmanagement. Dit blijkt uit promotie-onderzoek van Dennis van Veghel, zorgmanager in het Catharina Ziekenhuis en bestuurder van de Nederlandse Hart Registratie. Van Veghel maakte gebruik van de principes van de zogenaamde Value-based Healthcare, waarbij uitkomsten van behandelingen nauwlettend worden gemeten en geëvalueerd. Door de zorg in te richten op het resultaat van de patiënt, en dit consequent te meten, wordt het resultaat van de zorg aanzienlijk beter, zo blijkt uit zijn onderzoek. Van Veghel promoveert 29 augustus bij de faculteit Biomedische Technologie van de TU/e.

Ziekenhuizen sturen bij de inrichting van hun zorg vooral op volume en kosten, en minder op het resultaat voor de patiënt zelf. De verklaring hiervoor ligt in de afspraken die zij hebben gemaakt met de zorgverzekeraars. Hierdoor is er vaak minder aandacht voor de gevolgen van de behandelingen die voor de patiënt zelf relevant zijn, zoals complicaties en her-operaties.

VBHC

In Value-based Healthcare (VBHC) staat het resultaat voor de patiënt juist centraal. "De kracht van VBHC is dat alle betrokken partijen zich richten op de kern van de zorg; wat is de gezondheidswinst voor de patiënt en tegen welke kosten? Deze verhouding wordt patiëntwaarde genoemd. De kwaliteit van leven is hierin een belangrijke parameter", legt Van Veghel uit.

Toepassing van deze principes uitte zich in het Catharina Ziekenhuis onder andere in meer aandacht voor de pre-operatieve behandeling, meer multidisciplinaire samenwerken en de introductie van aanvullende checklists, onder andere op de operatiekamer.

Deze nieuwe aanpak leidde niet alleen tot een grotere kans op overleving voor patiënten. Ze hadden ook minder complicaties, en ze hadden minder heroperaties nodig na een mislukte eerste ingreep. Zo daalde de sterfte binnen 120 dagen na een bypass-operatie van 2,3 naar 1 procent, en de sterfte na een jaar van 3,1 naar 2,0 procent. Het aantal heroperaties daalde van 5,0 procent naar 3,2 procent. Jaarlijks krijgen ongeveer 1000 patiënten een bypass-operatie in het Catharina Ziekenhuis.

En dat is niet alleen goed nieuws voor de patiënt. Ook het ziekenhuis en de zorgverzekeraar hebben er uiteindelijk baat bij. Complicaties en heroperaties kosten namelijk veel geld.

Promovendus Dennis van Veghel
Promovendus Dennis van Veghel

Ketenzorg

Om deze werkwijze van de grond te krijgen, is het volgens Van Veghel nodig dat zorgaanbieders en zorgverzekeraars onderling andere afspraken gaan maken, waarin de uitkomsten voor de patiënt centraal staan. Hij heeft hiervoor een aantal nieuwe modellen ontwikkeld, die er aan bijdragen dat alle betrokken partijen zich richten op wat voor de patiënt belangrijk is.

In het huidige systeem krijgen ziekenhuizen soms minder geld als ze erin slagen het aantal heroperaties omlaag te brengen. Ook stimuleert de huidige financiering ziekenhuizen niet om de zorg in de keten te verbeteren.

Volgens de onderzoeker is het beter om het ziekenhuis waar de operatie plaatsvindt, voor een langere periode verantwoordelijk te maken voor de uitkomsten van de zorg. Ziekenhuizen hebben er dan baat bij om goede afspraken te maken over kwaliteitsverbetering met de artsen die de zorg in de herstelfase van hen overnemen. Zeker bij complexere ingrepen is een patiënt maar kort in het centrum waar de operatie plaatsvindt. De nazorg is in het ziekenhuis bij de patiënt in de buurt.

Innovatie

Volgens Van Veghel is VBHC een veelbelovend terrein, omdat deze methode een belangrijk kader kan vormen voor beleidsbeslissingen, bijvoorbeeld bij het vroegtijdig beoordelen van technologische innovaties. Hij verwacht dat Artificial Intelligence binnen VBHC een steeds grotere rol kan spelen, omdat daarmee data nog slimmer geanalyseerd kunnen worden.

Meer informatie

Proefschrift Dennis van Veghel

Mediacontact

Henk van Appeven
(Science Information Officer)