Onderzoek

1) Kies een onderwerp
Probeer iets te kiezen dat in je eigen interessesfeer ligt. Kijk goed naar je hobby's. Valt er iets te onderzoeken? Ga eens naar de bibliotheek en zoek in bladen als Natuur & Techniek, Quest en Kijk.

2) Formuleer een onderzoeksvraag
Na de keuze voor een onderwerp komt het vaststellen van een onderzoeksvraag of probleemstelling. Het hebben van een goede onderzoeksvraag is zeer belangrijk. Je profielwerkstuk draait om het beantwoorden van deze vraag. Hoe specifieker de vraag is, des te beter is er antwoord op te geven.

Wanneer je de probleemstelling geformuleerd hebt, ga je deze uitwerken door de kernbegrippen te verhelderen. Je definieert dan de termen in de probleemstelling in meetbare eenheden.

Bijvoorbeeld: Neem de onderzoeksvraag ‘Is de Rijn is in Nederland ernstiger vervuild dan de Maas?'. Deze vraag kun je pas beantwoorden als duidelijk is wat je onder ‘vervuiling' verstaat. Je moet dus de term vervuiling in meetbare termen vertalen, bijvoorbeeld het chloorgehalte in het water. De eigenlijke onderzoeksvraag wordt dan: 'Is de Rijn ernstiger met chloor vervuild dan de Maas?'

3) Splits de onderzoeksvraag op in deelvragen
Bij enigszins ingewikkelde onderzoeksterreinen en onderwerpen is het handig om het onderzoek naar deelonderwerpen te categoriseren. Dit heeft als groot voordeel dat je werk overzichtelijk wordt.

Bijvoorbeeld: In een onderzoek naar de vervuiling van de Rijn en de Maas in Nederland kun je het meten van de vervuiling van rivieren opsplitsen in het meten van het chloorgehalte, het zuurstofgehalte, en de hoeveelheid vis.

4) Probeer per deelvraag een hypothese te formuleren
De hypothese is wat je denkt te vinden als antwoord op je deelvraag. Hypotheses moeten wel onderbouwd zijn. Aangeven waarom je dat resultaat verwacht is belangrijk. In een onderzoek wordt de hypothese onderbouwd vanuit eerdere experimenten en theorie.

5) Maak een werkplan
In een werkplan staat weergegeven hoe je tot het antwoord op je deelvragen denkt te komen. Dit is ook een voorbereiding op je verslag. Natuurlijk zul je niet alle delen van het werkplan hoeven te gebruiken. Het werkplan valt grofweg op te delen in drie delen:

Theorie

  • Literatuuronderzoek
    Tijdens het literatuuronderzoek zoek je in literatuur naar wat er bekend is over je onderwerp. Het is vaak verstandig omje hypothese bij te stellen aan de hand van wat je hebt gevonden.
  • Berekeningen
    Berekeningen doe je aan de hand van de theorie om een waarde te vinden die je verwacht te meten. Dit is niet alleen van belang voor je hypothese, maar ook om een idee te krijgen welke orde van grootte de resultaten zullen hebben. Dit voorkomt dat je later een te onnauwkeurige meetmethode zal krijgen.
  • Simulatie
    Sommige resultaten zijn te ingewikkeld om met de hand te berekenen, of kunnen gewoon niet analytisch worden berekend. Met behulp van de computer worden er dan simulaties gedaan. Het mooie van simulaties is dat je ook onder verschillende omstandigheden kunt meten.

Experiment

  • Opstelling
    Om je vragen experimenteel te kunnen beantwoorden, heb je eenof meerdere opstellingennodig. Vanuit de theorie is meestal wel een goede opstelling te bedenken. Kijk echter wel naar de haalbaarheid en effectiviteit van de opstelling. Een veel te dure en te nauwkeurige opstelling is even slecht als een goedkope maar veel te onnauwkeurige opstelling. Denk dus goed na, en maak een ontwerp voor de opstelling.
  • Materiaal
    Om te meten heb je natuurlijk materiaal nodig. Denk hierbij aan de monsters waar je aan wilt meten, maar ook aan de verschillende onderdelen van je opstelling. Het is makkelijk als deze beschikbaar zijn.

Algemeen

  • Tijdsduur
    Voor je profielwerkstuk krijg je in principe niet meer dan 80 uur per persoon. Houdt hier rekening mee, want 80 uur zijn zo op als je je profielwerkstuk te uitvoerig maakt. Eventueel moet je dus enkele deelvragen schrappen.
  • Tijdsplanning
    In de tijdsplanning staat aangegeven wanneer je welk deel van het onderzoek wil doen.

6) Verzamel meetgegevens
Voer het onderzoek uit en verzamel alle gegevens die je hebt gemeten. Zorg ervoor, dat je ze overzichtelijk kunt bestuderen. Met behulp van programma's als Excel, OpenOffice Calc en SPSS kun je gemiddelden en standaardafwijkingen berekenen. Je kunt zo ook gemakkelijk grafieken en tabellen maken voor presentaties en gegevensvergelijking.

7) Controleer je hypotheses
Je moet nu je hypotheses controleren om te kunnen zeggen of ze niet waar zijn. Het lastige van hypotheses is echter wel dat je onmogelijk kan zeggen dat ze waar zijn. Als je resultaten overeenstemmen met de theorie, dan kan je wel zeggen dat je hypothese mogelijk waar is. Echt zekerheid is er helaas niet.

In onderzoek worden de hypotheses voor eventuele vervolgonderzoeken bijgesteld. Nu doe je in een profielwerkstuk geen vervolgonderzoek, maar je moet zeker vermelden wat je nieuwe hypotheses zijn die je in een vervolgonderzoek zou kunnen testen.