Duurzaam wonen en leven in een 'tiny house'

Geluk op 15 m2

Sinds een half jaar woont Elke Rabé (36) in een door haar zelf ontworpen tiny house op een stuk grond achter een boerderij in Westbroek. 
Deze alumna en eerste afgestudeerde van de studie Sustainable Energy Technology (SET) toont aan hoe uitvoerbaar duurzaam wonen en leven op 15 m2 is, want: “Wat moet je met meer ruimte en al die spullen?”. Volgens haar maakt deze kleine  verplaatsbare woonvorm midden in een landschap van deels bevroren poelen en winterse weiden haar bewuster van de natuur. “Vanuit mijn bed kijk ik zo naar de sterrenhemel en als het even kan, gaan de deuren meteen wij open.”

Een keuze voor duurzaamheid

In het tiny house gericht op het zuiden, is alles gericht op duurzaamheid. “De zonnepanelen leveren, zeker nu de zon veel schijnt, voldoende stroom voor de boiler die zorgt voor warm water en voor de plintverwarming. Het regenwater wordt via het dak gefilterd tot drinkwater. Mijn afvalwater en composttoilet worden door middel van het helofytenfilter goed genoeg gezuiverd om terug in de natuur te lozen. Met een klein wasmachientje of met de wasmachine van de boer doe ik de was die, als de zon schijnt zo droog is, anders biedt een rekje aan de bedrand uitkomst. Daarnaast koop ik weinig verpakte spullen, ik gooi nooit eten weg, groenteafval gaat op de mesthoop en ik heb slechts een yoghurtemmertje voor het epdm- en restafval."

Volgens Elke is wonen in een tiny house een keuze voor duurzaamheid en die keuze dwingt die levenswijze ook weer af. “Het versterkt elkaar.” Zij meent ook dat het niet nodig is om in een tiny house in een weiland te gaan wonen om te kunnen consuminderen. “Het gaat er veel meer om dat we ons ervan bewustzijn hoeveel spullen we hebben en hoe weinig we eigenlijk echt nodig hebben.”
 

Met hart en ziel

Elke startte haar studie in 2000 bij TEMA energie, maar stapte over naar Sustainable Energy Technology (SET) waar ze als lid van de onderwijscommissie aan de wieg stond van deze nieuwe opleiding. In 2006 studeerde ze af. Na haar studie startte ze bij TNO als consultant duurzame mobiliteit. Haar carrière perspectief werd verstoord toen ze in 2010 de diagnose ziekte van Lyme kreeg. “Daardoor kon ik mijn baan uiteindelijk helaas niet behouden.”

De tijd waarin ze niet meer echt zelfstandig kon bewegen en veel uren op de bank doorbracht, heeft de rest van haar leven bepaald. “Ik wilde me er niet onder laten krijgen en besefte dat ik ondanks de vele beperkingen nog steeds een keuze had wat ik wilde doen met de energie en mogelijkheden die ik wél had. Je hebt altijd een keuze en als je focust op mogelijkheden in plaats van beperkingen kan je meer dan je denkt. Toen ik na een paar jaar in Frankrijk te hebben gewoond terug in Nederland kwam nam ik me voor een tiny house te gaan ontwerpen en te bouwen. Dat is uiteindelijk gelukt en ik woon hier nu een half jaar met veel plezier. Het was heel bijzonder om dit te kunnen doen, want ik heb de klimmuur buiten en binnenkant zelf geverfd, deels zelf het interieur gemaakt en alles zelf ingericht. Ik moest over alles goed nadenken, want ik wilde niks nieuw kopen. Alles wat je hier ziet staan, had ik al of ik heb het zelf gemaakt van afval. Elke klimgreep en alles in huis is verbonden met iemand die bijzonder voor me is. Kortom, dit huis is heel persoonlijk en ik heb het met hart en ziel gebouwd.”

Sterrenhemel

De voordelen wegen voor Elke ruimschoots op tegen de nadelen aan het wonen in een tiny house. “Als je van luxe houdt, moet je niet hier gaan wonen. Daar staat tegenover dat ik wel vanuit mijn bed zo naar de sterrenhemel kan kijken. Het huis is gericht op het zuiden, er is veel glas hier, dus ook veel licht. Als het even kan, gooi ik de deuren meteen wijd open en zit ik in zon naar de lammetjes te kijken. Ik leef dichter bij de natuur, het maakt me aardser. Douchen is een beetje behelpen en de wind is heel duidelijk aanwezig, wat wel eens onrust veroorzaakt. Verder woon ik hier fantastisch.”

Een loopbaan als ingenieur ambieert Elke niet per sé meer, maar zij werkt nu als vrijwilliger bij streekmuseum Vredegoed en probeert ze als energie-ambassadeur bij gemeente Stichtse Vecht anderen te bewegen tot een duurzame levensstijl. “Ook geef ik lezingen ter inspiratie voor mensen die niet zo goed weten wat ze willen en over mijn duurzame levenswijze. Duurzaamheid vond ik altijd al heel interessant en later heb ik coach opleidingen gevolgd. Met mijn technische achtergrond en kennis van duurzaam leven, kan ik anderen adviseren op het gebied van tiny housing of help ik afstudeerders op dit onderwerp. We hebben allemaal hulp gehad bij het afstuderen en als alumna doe ik graag iets voor anderen terug.”
 
Het tiny house van Elke staat ook in het boek ‘Tiny Houses’ van Monique van Orden.