Nauwkeurig opsporen prostaatkanker dankzij ultrageluid

De opsporing van prostaatkanker is tot nu toe onnauwkeurig en onaangenaam. Onderzoekers van de TU/e hebben in samenwerking met het AMC Amsterdam nu een beeldvormingstechniek ontwikkeld die nauwkeurig tumoren in de prostaat kan lokaliseren. En waarschijnlijk ook kan zien hoe agressief de tumoren zijn.

Dit kan leiden tot betere, meer gerichte behandeling, en kostenbesparing in de zorg.

Prostaatkanker is de meest voorkomende vorm van kanker onder mannen. Jaarlijks wordt prostaatkanker in de VS alleen al bij zo'n 200.000 mannen vastgesteld, in Nederland bij 10.000 man per jaar. De opsporing is echter nog rudimentair. Na vaststelling van een verhoogde PSA-waarde (Prostaat Specifiek Antigeen) in het bloed, wordt biopsie gedaan, om te kijken of er een tumor zit in de prostaat. Maar de PSA-waarde is geen bijzonder goede indicator: tweederde van alle biopsies blijkt achteraf niet nodig te zijn geweest.

Ongericht
Ook de biopsies hebben hun nadelen: ze zijn niet 'gericht', er wordt met 6 tot 12 naalden 'random' weefsel weggenomen. Maar de kans is groot dat de naalden naast de tumoren prikken, waardoor de uitslag van de test onterecht negatief is. Bij ongeveer een derde van alle negatieve biopsie-uitslagen blijkt er later toch een tumor te zitten. Bovendien grijpen artsen na een positieve biopsie vaak in, maar treffen bij de operatie een dusdanig kleine tumor aan dat ze beter niet hadden kunnen opereren.

Agressief
Bij de nieuwe techniek worden microbubbels ingespoten, een contrastmiddel zonder bijwerkingen. De minuscule bubbels reageren anders op ultrageluid dan menselijk weefsel of bloed, waardoor ze van buitenaf te volgen zijn, tot in de kleinste bloedvaatjes toe. Tumoren zijn herkenbaar doordat de bloedvaatjes in de tumoren een ander patroon hebben dan in gezond weefsel. De onderzoekers distilleren dit patroon uit een geavanceerde analyse van de waargenomen concentraties van microbubbels. Doordat tumoren bloed, en dus nieuwe bloedvaatjes nodig hebben om te groeien, verwachten de onderzoekers aan het patroon van bloedvaatjes ook te kunnen zien hoe agressief de kanker is.

Van vier patiënten waarop de onderzoekers de techniek hebben getest, werd later de aangetaste prostaat verwijderd. De plaats van de tumoren bleek nauwkeurig te kloppen met de beelden van de nieuwe techniek, vertelt dr.ir. Massimo Mischi van de TU/e-faculteit Electrical Engineering. Hij maakte deze eerste, veelbelovende resultaten onlangs bekend op een wetenschappelijke conferentie in Chicago.

Zonder biopsies
Komend jaar gaat het onderzoeksteam een pilot doen met biopsies, ondersteund door de beelden van de nieuwe techniek. Daardoor zijn de biopsies wel gericht, en dus veel doeltreffender. In een volgende stap wordt de ultrageluidtechniek gebruikt om te kijken of een biopsie wel of niet nodig is, waardoor het aantal biopsies danig zal afnemen. De onderzoekers verwachten dat de techniek hiervoor over vijf jaar beschikbaar is in het ziekenhuis. Het uiteindelijke doel is dat artsen geheel op basis van de beelden kunnen beslissen welke ingreep nodig is, zonder biopsies.

Al met al kunnen artsen straks veel gerichter ingrijpen, verwacht prof.dr.ir. Hessel Wijkstra, hoofd van het urologische onderzoek binnen het AMC. Wijkstra is per 1 november tevens deeltijdhoogleraar aan de TU/e op het gebied van Hemodynamic Contrast Sonography. Hij denkt dat er bovendien minder vaak overbodige ingrepen zullen zijn. Soms zullen artsen bijvoorbeeld beslissen om kleine, niet-agressieve tumoren te laten zitten, en de tumor te gaan monitoren. Dit als een tumor geen klachten geeft én geen groot gevaar oplevert voor de gezondheid van de patiënt; een operatieve ingreep zou in die gevallen belastender zijn dan de tumor. Een bijkomend voordeel hiervan is dat de totale kosten zullen dalen.

Naast de TU Eindhoven en het AMC Amsterdam zijn het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven en verschillende ultrasound-bedrijven betrokken bij het onderzoek. Dr.ir. Massimo Mischi kreeg afgelopen jaar van wetenschapsorganisatie NWO een VIDI-beurs van acht ton voor dit onderzoek. Verder wordt het onderzoek financieel ondersteund door de stichting 'Cure for Cancer'.