Relay

Relay heeft een technologie ontwikkeld waarmee gedegradeerd polyamidepoeder dat tijdens 3D printen ontstaat, wordt opgewaardeerd zodat het opnieuw in het 3D printproces kan worden ingezet.

Over 3D printen wordt vaak gezegd dat het een maaktechnologie is die efficiënt met grondstoffen omgaat. Je gebruikt alleen materiaal waar het echt nodig is in het product. Bij laser sinteren gaat dat niet helemaal op. Omdat het poeder als support wordt gebruikt, moet bij deze printtechnologie het volledige bouwvolume worden gevuld. Voor elke kilo aan producten is tien kilo grondstof nodig, aldus Olaf van Duren, samen met Ferdi Verboom oprichter van Relay. Van de 9 kilo die niet in het product komt, kan slechts 5 kilo opnieuw worden gemengd met nieuw materiaal tot een printbare mix. 4 kilo is volstrekt onbruikbaar door de thermische veroudering. “Het poeder degradeert zodanig dat je het niet goed meer kunt verwerken.”

Twee chemische doorbraken
Relay heeft een technologie ontwikkeld waarmee dit poeder weer geschikt wordt gemaakt voor 3D printen. Het heropwaarderen gebeurt langs chemische weg. Het materiaal wordt verjongd zodat het opnieuw kan worden gebruikt in het 3D printproces. Tevens hebben ze een kwaliteitscontrolesysteem ontwikkeld waarmee 3D printbedrijven inzicht krijgen in de kwaliteit van het poeder.