Master Chemical Engineering voor vijfde jaar op rij topopleiding

De TU Eindhoven handhaaft haar prestaties in de masteropleidingen. Dat blijkt uit de cijfers en de ranglijst die de Keuzegids Masters van het Centrum Hoger Onderwijs informatie (C.H.O.I.). Net als in 2017 komt de TU/e uit op een score van 63,5. En, evenals vorig jaar krijgen vier opleidingen in Eindhoven het predikaat 'topopleiding'. Naast Chemical Engineering (80) mogen Innovation Sciences (80), Medical Engineering (80) en Science and Technology of Nuclear Fusion (76) zich in 2018 topopleiding noemen. Voor de master Chemical Engineering wordt dit label voor het vijfde jaar op rij toegekend.

Drie van de vijf beoordeelde Chemisch Technologische masters zijn topopleidingen. Eindhoven steekt met een score van 80 nog net boven de masters uit Enschede (78) en Groningen (78) uit en laat ook Leeuwarden (54) en Delft (54) achter zich. De scheikundemasters aan algemene universiteiten hebben scores tussen 62 en 68, waardoor de TU/e de hoogste score behaalt van alle scheikundegerelateerde masters in Nederland.

In de totale ranglijst van Nederlandse universiteiten blijft Eindhoven het goed doen en moet het alleen de Universiteiten van Twente en Wageningen voor zich dulden. Samen met RUG Groningen bezet TU/e de 3e stek.

De Keuzegids komt voor het eerst ook met een salarisplaatje voor afgestudeerden. "De masters met een meer technische insteek bieden meestal goede baanperspectieven; het gemiddelde salaris van afgestudeerden in systems engineering bijvoorbeeld, ligt behoorlijk hoog." meldt de editie 2018. Op basis van gegevens van onderzoeksinstituut ROA stelt het C.H.I.O. dat de algemene baankansen in de techniek net als vorig jaar goed zijn. Over Chemical Engineering wordt gezegd: “Je verdient na afstuderen een prima salaris. Als chemisch technicus verdien je beduidend meer dan als chemicus.”

De Keuzegids Masters geeft een kwaliteitsvergelijking van verwante opleidingen in het hoger onderwijs. De gegevens in dit boek komen onder meer van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), onderwijsstatistieken van de VSNU, gegevens uit de WO-monitor (uitgevoerd door het onderzoeksinstituut IVA, in opdracht van de VSNU) en accreditatiegegevens van de NVAO. Ook is er gebruik gemaakt van resultaten van de Nationale Studenten Enquête en de landelijke Studiekeuzedatabase, beide van Studiekeuze 123. De bewerking en analyse van gegevens is verricht door het Centrum Hoger Onderwijs Informatie.