Ingezonden brief: 'Houd nanotechnologie aan de top in Nederland’

Donderdag 17 augustus publiceerde het Financieel Dagblad onderstaande ingezonden ingezonden brief van Guus Rijnders, wetenschappelijk directeur van MESA+ en voorzitter NanoLabNL. In zijn brief pleit Rijnders voor structurele financiering in onderzoeksfaciliteiten voor nanotechnologie en –wetenschappen.

Zonder structurele financiering in wetenschappelijke onderzoeksfaciliteiten dreigt Nederland zijn koppositie in de nanotechnologie te verliezen. Dat is zonde, want daarmee verliezen we de aantrekkingskracht op bestaand en nieuw wetenschappelijk talent.

De nanotechnologie is een vakgebied waarvan we steeds meer toepassingen in de samenleving terugzien, zoals componenten voor mobiele telefoons, extreem kleine sensoren en nieuwe materialen. We zijn in staat om materialen op de kleinst mogelijk schaal te bestuderen, eigenschappen van materialen op fundamenteel niveau te veranderen en zelfs compleet nieuwe materialen met verrassende eigenschappen te creëren. Toch staan we pas aan de vooravond van de doorbraken die we kunnen verwachten. Denk aan minuscule organen gemaakt op een chip om medicijnen te testen, kwantumcomputers met haast onbegrensde rekenkracht, datacommunicatie met geïntegreerde fotonica of componenten voor een blaastest om ziektes mee op te sporen. Nederland behoort tot de wereldtop op het gebied van de nanotechnologie en de nanowetenschap; een enorme prestatie voor een klein land als het onze.

Een van de belangrijkste sleutels tot het Nederlandse succes is de oprichting van de nationale nanotechnologie infrastructuur NanoLabNL, bekostigd uit grote landelijke programma’s, zoals NanoNed en NanoNextNL. In de loop der jaren heeft de Nederlandse overheid ongeveer een half miljard in de faciliteiten geïnvesteerd. Ondertussen zijn deze programma’s beëindigd en tot onze spijt is er geen grootschalig nieuw programma opgetuigd.

Binnen NanoLabNL werken de nanolaboratoria van de universiteiten in Groningen, Delft, Eindhoven en Twente – en sinds kort ook onderzoeksinstituut AMOLF – nauw samen. Bedrijven en kennisinstellingen kunnen gebruik maken van de state-of-the-art faciliteiten en de expertise van de nanowetenschappers die er werken. Met de oprichting van NanoLabNL is een hecht landelijk ecosysteem ontstaan, waarbij wetenschappers, kennisinstellingen en bedrijven intensief samenwerken. Het hele spectrum van onderzoek vindt er plaats: van fundamenteel onderzoek, tot het ontwikkelen en testen van prototypes. Dit hechte ecosysteem staat aan de basis van de voortrekkersrol van ons land op het gebied van de nanotechnologie en -wetenschap, zoals te zien in recent gehonoreerde zwaartekracht programma’s en NWO vernieuwingsimpuls en Europese ERC projecten. De intensieve samenwerking is overigens niet alleen nuttig, hij is ook noodzakelijk. De investeringskosten voor laboratoria en de benodigde machines zijn namelijk zo hoog dat de individuele partijen ze onmogelijk afzonderlijk kunnen dragen.

Om te kunnen blijven excelleren in de nanowetenschappen, moeten onze faciliteiten tot de top blijven behoren en zijn er dus structureel grote bedragen nodig. Als deze structurele financiering voor wetenschappelijke infrastructuur definitief uitblijft, brokkelt het ecosysteem waar we zo lang aan gewerkt hebben af en dreigt Nederland zijn toppositie te verliezen. Niet alleen op het gebied van faciliteiten; de kans is groot dat in het kielzog ook een deel van onze getalenteerde nanowetenschappers vertrekt en dat we moeilijker talent kunnen aantrekken. Dat is een aderlating voor de Nederlandse kenniseconomie en de (start up) bedrijven die veelvuldig gebruik maken van deze sleuteltechnologie en beschikbare expertise. Het is zonde om onze welverdiende voorsprong weg te geven. Overheid: investeer daarom structureel in de faciliteiten en zorg dat ons land groot blijft in het extreem kleine.

Prof. dr. ing. Guus Rijnders, voorzitter NanoLabNL