Profielwerkstuk coderingstheorie

Veel informatie word digitaal (als bits, d.w.z. nullen en enen) getransporteerd en opgeslagen. Denk maar aan foto's en meetgegevens die vanaf Mars naar de aarde worden gestuurd. Maar je kunt ook denken aan muziek die van een cd wordt afgespeeld en aan teksten, geluiden en beelden die je via internet op je scherm krijgt. Bij dat transport gaat vaak iets fout, denk aan atmosferische storingen. Nullen worden gelezen als enen en andersom. Ook op je cd kunnen krassen de bits beschadigen. Toch merk je daar weinig van. Dat is te danken aan de resultaten van de coderingstheorie. In de coderingstheorie onderzoek je hoe je data over kanalen met ruis kunt versturen.

Coderen en decoderen
In de coderingstheorie komen een aantal vakgebieden samen: elektronica, signaalverwerkingstheorie, informatica en wiskunde. In de wiskunde wordt vooral onderzocht hoe je op 'een slimme manier' extra data kunt meesturen (coderen) en hoe je uit het ontvangen, verstoorde signaal het (hopelijk correcte) oorspronkelijke signaal weer vindt (decoderen). Dat lijkt vreemd, maar door dit slim aan te pakken, verklein je de kans op verkeerd decoderen.

Coderingstheorie moet je niet verwarren met cryptologie. Bij cryptologie gaat het om geheime informatie die expres wordt verhaspeld, en is het de bedoeling dat een buitenstaander de informatie moeilijk kan ontcijferen. Bij coderingstheorie is de informatie niet geheim, en wordt per ongeluk veranderd. Daar moet je de informatie juist gemakkelijk kunnen terugvinden.

Voor wie?
Leerlingen met het profiel NT of NG.

Beginkennis
Er is geen speciale voorkennis vereist.

Wat wordt er van je verwacht?
In de eerste plaats bestudeer je de reader 'Foutje? Dat verbeteren we toch!' en maak je alle opgaven in deze reader. Daarna zoek je naar informatie over je gekozen onderwerp. De gevonden informatie bestudeer je en presenteer je in een geschikte vorm.

Studiemateriaal
De reader Foutje? Dat verbeteren we toch! (in pdf-formaat, 1.4 MB)

Links
Enkele links rondom coderingstheorie: