Meten van lichaamsbeweging en voeding voor een gezonde levensstijl

Met de toekenning van in totaal 22 miljoen euro aan vijf onderzoeksprogramma’s binnen het thema ‘High Tech for a Sustainable Future’ geeft de 4TU.Federatie een stevige impuls aan het onderzoek naar duurzame technologie. Daarmee nemen de vier technische universiteiten het voortouw in het creëren van significante impact op maatschappelijke uitdagingen op de lange termijn. TU Eindhoven coördineert één van de vijf onderzoeksprogramma’s waarbij gekeken wordt naar het meten van lichaamsbeweging en voeding, en veranderingen daarin, voor een gezonde levensstijl.

Een gezonde levensstijl is essentieel voor de gezondheid en vitaliteit van mensen. Lichaamsbeweging en voeding zijn twee belangrijke factoren voor langdurige gezondheid, en hebben ook veel met elkaar te maken. In welvarende samenlevingen met een overvloed aan eten dat 24/7 beschikbaar is, en waar mensen voortdurend verleid worden dankzij de marketing van bedrijven, is het uiterst moeilijk om vast te houden aan een gezond dieet in combinatie met regelmatige lichaamsbeweging. Veel mensen zijn dan ook niet in staat om hun gewoonten te veranderen.

Moeilijk te meten

Lichaamsbeweging en voeding zijn niet alleen moeilijk te veranderen op de lange termijn, maar ze zijn ook moeilijk te meten. Tot dusverre zijn de meeste studies gebaseerd op zelfrapportage, waarbij het zeer moeilijk is om betrouwbare en geldige resultaten te verkrijgen. Het niet goed kunnen herinneren, invullen van wat sociaal geaccepteerd of wenselijk is: dat komt vaak voor bij het rapporteren van wat iemand precies heeft gegeten en hoeveel, of bij welke lichamelijke activiteit is gedaan, voor hoe lang en met welke intensiteit. Daarom zijn objectieve metingen nodig om meer inzicht te krijgen in wat er werkelijk gebeurt.

Combineren real-life monitoring en interventies

Het nieuwe aan het project Pride and Prejudice is het combineren van monitoring in real-life via sensoren (voedselinname, fysieke activiteit en gezondheidsparameters) met de ontwikkeling van ontwerpinterventies op verschillende niveaus van het systeem (persoon, groep, maatschappij), en evaluatie van de effectiviteit van deze gecombineerde interventies (op lange termijn). De ontwikkeling van de interventies richt zich zowel op de sociaal-culturele context (bijvoorbeeld type huishouden, (sub)cultuur) als de fysieke context waarin producten worden gekocht en geconsumeerd en waar fysieke activiteit kan plaatsvinden, zoals winkels, keukens, restaurants, parken of stadspleinen.

Bestuur

Het programma wordt geleid door een bestuur van vertegenwoordigers van de 4 universiteiten: Aarnout Brombacher (voorzitter, TU/e), Rick Schifferstein (TU Delft), Hermie Hermens (Universiteit Twente) en Kees de Graaf (Wageningen Universiteit). Daarnaast fungeert Marjolein van Lieshout (TU/e) als program director.