Atlas duurzaamheid, BREEAM Outstanding

Renovatie Hoofdgebouw TU/e

Projectinformatie

Project

Renovatie Hoofdgebouw TU/e

Gebouwnaam

Atlas

Opdrachtgever

Technische Universiteit Eindhoven

Websites publicaties

www.tue.nl/atlas

www.tue.nl/universiteit/nieuws-en-pers/nieuws

www.cursor.tue.nl

http://www.support.tue.nl/index.php/supporter/

Locatie

Den Dolech, Eindhoven

Functie

Onderwijsgebouw

Programma

Onderwijsvoorzieningen voor twee faculteiten (ID en IE&IS) met collegezalen, flexibele studiegebieden, laboratoria en studieverenigingen. Kantoorruimtes met vergaderfaciliteiten (College van Bestuur, onderzoek en ondersteunende diensten). Restaurant, fietsenstalling en tentoonstellingsfaciliteiten.

Start ontwerp

September 2014

Start bouw

November 2016

Oplevering

Juni 2018

Totaal BVO

41.504 m2

BREEAM-NL score

Outstanding, score van > 85% (verwacht)

Projectteam

Total Engineer: Team RSVP

Architect & interieur

Team V Architectuur BV

Bouwfysica & duurzaamheidexpert

Peutz BV

Installaties

Valstar Simonis BV

Constructies

Van Rossum Raadgevende Ingenieurs BV

Bouwkosten

BKS Schagen

Overige teamleden

Aannemer

Van Wijnen

Beschrijving van het project en het gebouw

Het Hoofdgebouw van de Technische Universiteit Eindhoven wordt gerenoveerd. Door hergebruik te combineren met state-of-the-art materialen wordt het Hoofdgebouw getransformeerd tot een uitzonderlijk energiezuinig en duurzaam universiteitsgebouw.

Het Hoofdgebouw, gebouwd tussen 1959 en 1963 naar ontwerp van S.J. van Embden, wordt tot het betonnen casco gestript. Het ‘dichtgeslibde’ gebouw wordt geopend en de ruimtelijkheid wordt hersteld. Het gebouw krijgt een nieuwe, energiezuinige gevel en de introductie van de ‘Rode Trap’ zorgt voor een verticale, sociale verbinding die centrale onderwijsfaciliteiten aan elkaar koppelt. Hergebruik is een belangrijk thema; naast het betonnen casco worden ook delen van de oorspronkelijke staalconstructie van o.a. de gevel opnieuw toegepast. Het ontwerp is sober, hoogwaardig en tegelijkertijd toekomstbestendig: duurzaam in de zin van een degelijk en kwalitatief gebouw, dat flexibel is voor verschillende toepassingen, gebruikers en ontwikkelingen.

Het Hoofgebouw wordt na de renovatie in gebruik genomen door de faculteiten ID (Industrial Design) en IE&IS (Industrial Engineering  & Innovation Sciences), het College van Bestuur, een groot deel van de diensten van de TU/e en de Eindhoven School of Education.

Ambities/planvorming

De TU/e heeft de ambitie in 2030 voor 50% een energie-neutrale campus te worden. Ook voor de renovatie van het Hoofdgebouw is het uitgangspunt de impact op het milieu zoveel mogelijk te beperken. Dit wordt onder andere bereikt door instandhouding van bruikbare bestaande elementen van het gebouw, zoals de beton- en staalconstructie, het gebruik van duurzame materialen, de toepassing van slimme installatieprincipes met aandacht voor energieverbruik en door vooruit te kijken naar de exploitatiefase.

De duurzame insteek van het Hoofdgebouw wordt getoetst middels de BREEAM-NL methodiek. Het oorspronkelijk streven van de TU/e was een Excellent-label. In het integrale ontwerpproces bleek al vroeg dat met wat extra inspanning het label Outstanding kan worden behaald. Hierop hebben de leden van het multidisciplinaire ontwerpteam (Team RSVP) en de opdrachtgever de gezamenlijke ambitie omarmd om het Hoofdgebouw tot een van de duurzaamste onderwijsgebouwen van Nederland te maken.

De opdrachtgever heeft in dit proces regelmatig contact met de gebruikers, om zoveel mogelijk effect in het uiteindelijke gebruik te realiseren. Bij de selectie van de aannemer speelt het realiseren van een duurzaam gebouw eveneens een belangrijke rol.

Belangrijkste innovatieve en milieuvriendelijke ontwerpmaatregelen

In het gebouw wordt een zeer groot aantal ontwerpmaatregelen met het oog op duurzaamheid doorgevoerd. Dit betreft onder andere:

  • Hergebruik van materialen
  • Ontwerp gericht op flexibiliteit
  • Veel daglichttoetreding en goed uitzicht
  • Door het toepassen van verdiepingshoog glas is er sprake van een grote mate van daglichttoetreding. Circa 85% van de ruimten met een onderwijsfunctie heeft een daglichtfactor van ten minste 2%; bij ruimten met een kantoorfunctie betreft dit circa 95%. Ook meer dan 50% van de ruimten met een bijeenkomstfunctie heeft een daglichtfactor groter dan 2%.
  • Energiezuinige installaties
  • Prestatieborging inregelen van installaties
  • Submeters energie en water toegepast
  • Energiezuinige liften
  • Maatregelen met het oog op waterbesparing (o.a. 6 liter reservoirs toiletten)
  • Lekdetectie
  • Vervoersplan opgesteld en vervoersinformatiepunt voorzien
  • Het gebouw sluit aan op het bestaande WKO-systeem van de campus
  • Ten behoeve van de renovatie van het hoofdgebouw worden in de nabije omgeving PV-panelen geplaatst. Het betreft 3.000 m² PV-panelen op de daken van het Studentensportcentrum en 1.300 m² op het dak van Spectrum.
  • De combinatie van de WKO en de PV cellen resulteert in een verlaging van de CO2-emissie van 64,7%
  • Voor verschillende diersoorten zijn speciale voorzieningen getroffen, die een plaats krijgen aan en rond het Hoofdgebouw: een bijenhotel en nestkastjes voor vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen.

Technische oplossingen

Het gebouwontwerp omvat diverse innovatieve technische oplossingen. Hieronder worden de belangrijkste besproken:

Slimme gevel
De nieuwe glazen vliesgevel met ramen, welke automatisch te openen zijn en individueel bedienbaar, wordt voorzien van een drievoudige zonwerende beglazing (triple glazing) met aan de binnenkant een dubbel doek bestaande uit een binnenzonwering en lichtwering. Door het gebruik van state-of-the-art materialen evenaart deze ‘eenvoudige’ vliesgevel de Rc-waardes van een dubbele huidfaçade. ’s Nachts kan de binnenzonwering worden neergelaten, zodat thermische waarde van de gevel zich zelfs kan meten met een geïsoleerde spouwmuur.
Door de toepassing van dit type vliesgevel kan zoveel mogelijk van de bestaande (gevel)constructie behouden blijven (duurzaam en kostenbesparend), terwijl ruimschoots wordt voldaan aan de eisen wat betreft energieverbruik, daglicht en uitstraling.
De twee soorten doeken (zonwerend en lichtwerend) kunnen naar wens van de gebruiker ingesteld worden. Het effect van een slim gebruik van deze regeling is een visueel comfortabele ruimte waarbij het gebruik van kunstlicht een groot gedeelte van de dag kan worden geminimaliseerd.

Smart Energysaving Lighting
Door de toepassing van slimme technologie wordt een laag energieverbruik gecombineerd met een uitstekende bedienbaarheid, zoals LED-verlichting met aanwezigheidsdetectie en daglichtafhankelijke armaturen. In principe kan elke armatuur afzonderlijk ingesteld worden, zodat de omgeving optimaal afgestemd kan worden op het gebruik. Ook de klimaatinstallatie reageert ook op de wensen en de aan-/afwezigheid van de gebruiker, wat een ‘smart building’ oplevert, waar tegelijkertijd energie bespaard wordt

Het gebouw als Living lab voor onderzoek
Mede geïnitieerd door het Intelligent Lighting Institute van de TU/e zal het gebouw fungeren als een Living Lab voor o.a. SAD-onderzoek (Seasonal Affective Disorder) om te onderzoeken wat licht met de mens doet. Daarnaast biedt het gebouw in de trappenhuizen en op het dak verdere mogelijkheden om onderzoek te doen naar bouwmaterialen, PV-systemen en andere gebouwcomponenten

Stappen ter reductie van milieu impact tijdens bouwproces
In het ontwerp is, onder andere door het zoveel mogelijk hergebruik van materialen, de impact op het milieu van het gebouw geminimaliseerd. Ook bij de keuze van de materialen zijn de milieueffecten meegenomen. Daarnaast worden tijdens het bouwproces maatregelen getroffen om de impact van de bouwwerkzaamheden op het milieu zo veel mogelijk te beperken.
Bij de selectie van de aannemer wordt onder andere op dit aspect beoordeeld.

Duurzame maatregelen op sociaal gebied

Gezonde werkomgeving:

  • Te openen ramen, handmatig te bedienen licht- en zonwering, individuele klimaat- en lichtregeling zorgen ervoor dat gebruikers zelf invloed kunnen uitoefenen op hun werkomgeving, wat bijdraagt aan een hoger gevoel van comfort.
  • In de enkelhoge ruimten komen klimaatplafonds welke op basis van straling de ruimte koelen en verwarmen, die gebruik maken van water als energietransportmedium (meest energie-efficiënt). Dit wordt als zeer comfortabel ervaren. In dubbelhoge ruimten waar veel mensen aanwezig zijn en waar veel lucht naartoe gebracht moet worden, wordt de klimatisering gerealiseerd door middel van gekoelde en verwarmde lucht. Hier wordt de ventilatie op basis van CO2 ook afgestemd op de bezetting van de ruimte.
  • De prominent gelegen Rode Trap stimuleert interactie, ontmoetingen en beweging. Dit bevordert de gezondheid van gebruikers en beperkt het energiegebruik van liften.

Bewustwording en stimuleren van duurzaam gedrag:

  • De prominente plek van het Hoofdgebouw op de universiteitscampus, de grote diversiteit aan bezoekers en het publieke karakter zorgen voor veel aandacht voor het gebouw, en daarmee ook voor haar innovatieve en duurzame eigenschappen.
  • Het gebouwbeheersysteem wordt gekoppeld aan een smartphone applicatie, waarmee gebruikers op een interactieve manier bewust worden van het effect van hun gedrag op het energieverbruik en invloed kunnen uitoefenen over hun comfort.
  • Tijdens de renovatie worden gebruikers van de TU/e-campus actief geïnformeerd over de voortgang van de bouw en over het belang van de duurzaamheidsmaatregelen.    Delen van het Hoofdgebouw worden ingericht als ‘Living Lab’, zodat duurzame innovatie zichtbaar wordt gemaakt.
  • Fietsgebruik wordt gestimuleerd door de fietsenstalling in de kelder uit te breiden. Bovendien hebben gebruikers vanuit de fietsenstalling direct toegang tot de collegezalen in het souterrain.

Kosten/baten
Om te sturen op kosten is het begrip ‘economisch ontwerpen’ gehanteerd. Dit vindt plaats in de beginfase van het ontwerpproces, aangezien afgewogen beslissingen hier de grootste invloed hebben op de bouw- en exploitatiekosten zonder dat dit grote effecten heeft op het proces. Het beperken van ingewikkelde constructieve ingrepen en het hergebruik van de bestaande constructie heeft geleid tot grote besparingen. Hierdoor kwam budget vrij om te steken in duurzame kwaliteit, o.a. van de gevels.

Het realiseren van een duurzaam gebouw is in de ogen van de Technische Universiteit Eindoven van grote waarde. De maatregelen die genomen worden en het doorlopen van het proces om een BREEAM-certificaat te behalen brengen extra kosten met zich mee. Naast besparingen op het energie- en waterverbruik heeft het realiseren van een dergelijk duurzaam pand binnen een onderwijsomgeving echter ook een voorbeeldfunctie. De invloed daarvan op de studenten en medewerkers, evenals het effect op de lange termijn reikt daardoor aanzienlijk verder.

Enkele duurzame maatregelen op economisch gebied:

  • De keuze voor renovatie geeft een zeer grote bijdrage aan de duurzaamheid van het gebouw. Ten opzichte van volledige sloop en nieuwbouw wordt een grote besparing op materialen gerealiseerd alsook op het energie- en waterverbruik ten behoeve van de bouwwerkzaamheden.
  • In de bovenbouw is zoveel mogelijk van de bestaande constructie behouden. De huidige tussenvloeren worden deels hergebruikt en waar nodig verplaatst. Het aantal m2 bvo is gereduceerd ten opzichte van het bestaande gebouw, wat o.a. scheelt in de bouw- en exploitatiekosten.
  • Het zigzaggend verloop van de Rode Trap is bepaald aan de hand van bestaande openingen in de constructieve vloeren, die nu voor leidingtracés worden gebruikt. Zo kon binnen de beperkingen van het budget een ruimtelijk hoogwaardig, beeldbepalend element worden toegevoegd.
  • Constructieve ingrepen worden beperkt tot de onderbouw, ten behoeve van hoge collegezalen. Hier hebben deze minder impact dan in de bovenbouw.
  • Een flexibel (interieur)ontwerp, met multifunctionele ruimtes, zodat het gebouw niet alleen voor de directe toekomstgeschikt is, maar ook gedurende de rest van haar levensduur. Elke verdieping heeft dezelfde hoofdopzet, met (werk)collegezalen rond de trap en een werk-/studiegebied met tussenvloeren richting de gebouwuiteinden. Installaties, akoestiek en brandveiligheid zijn hierop afgestemd. De indelingsflexibiliteit uit zich in het vastzetten van ondersteunende functies in een 'ruggengraat', met daaromheen een vrij in te delen werk-/studiegebied. Hierdoor kan de werk-/studieomgeving met relatief weinig aanpassingen geschikt worden gemaakt voor verschillende functies en gebruikers.

Proces en organisatie
Het ontwerp voor het Hoofdgebouw is tot stand gekomen in een integraal ontwerpproces, waarbij een multidisciplinair ontwerpteam verantwoordelijk was voor het totaalontwerp (Total Engineering). Hierbij was Team V verantwoordelijk voor het architectonisch ontwerp, het interieurontwerp, de BIM-coördinatie en de ontwerpteamcoördinatie. Valstar Simonis was verantwoordelijk voor het installatietechnisch advies voor E-, W-, en T-installaties, Van Rossum voor het constructief ontwerp en Peutz leverde het bouwfysisch advies, waaronder duurzaamheid, akoestiek, brandveiligheid, daglicht. Alle leden van het ontwerpteam werkten in een integraal 3D BIM-model. Hierdoor konden ontwerpbeslissingen direct en integraal worden afgestemd met alle adviseurs en kon onmiddellijk worden getoetst op haalbaarheid.

Bij de totstandkoming van het ontwerp speelde de input van opdrachtgever en gebruikers een grote rol. Om alle eisen en wensen mee te kunnen nemen en de juiste afwegingen te maken zijn matrixen gebruikt, waarin ontwerpvarianten op kwaliteit, exploitatie, duurzaamheid en bouwkosten zijn beoordeeld. Daarin werd het team bijgestaan door kostendeskundige BKS Schagen, die al vanaf de eerste ideeën input heeft geleverd om tot een haalbaar en betaalbaar ontwerp te komen.

Tips voor volgend project

Om duurzaamheid integraal in het ontwerp te verwerken is het van belang vroegtijdig deze ambitie vast te stellen en tijdens het proces continu aandacht aan dit onderwerp te besteden.