NRO Bevorderen diep leren

Het bevorderen van diep leren in het voortgezet onderwijs

Hoe zorgen we ervoor dat leerlingen goed worden voorbereid op hun toekomst? Deze vraag houdt leraren, scholen en beleidsmakers bezig. Veel scholen willen een stap zetten richting het ontwikkelen van zogenaamde ‘21st century skills’ bij leerlingen, zoals kritisch denken, probleemoplossen en samenwerken. Het ontwikkelen van deze vaardigheden vereist van leerlingen dat ze diep leren: ze moeten onder andere relaties leggen tussen leerinhouden, nieuwe ideeën aan hun voorkennis linken en begrippen koppelen aan ervaringen uit het dagelijks leven.

In het schooljaar 2016-2017 heeft de Eindhoven School of Education (ESoE) in samenwerking met zes scholen van de Academische Opleidingsschool (AOS) Zuidoost Brabant een onderzoek gedaan naar hoe leraren in het voortgezet onderwijs diep leren bij leerlingen bevorderen. Op de zes scholen zijn in totaal twaalf onderwijsleersituaties, oftewel cases, onderzocht. Deze onderwijsleersituaties waren bijvoorbeeld projecten, thema’s of lessenreeksen die door leraren waren opgezet om leerlingen te motiveren, maar ook om ze actief te laten leren en/of zelf hun leren te laten aansturen. Met andere woorden: de leraren beoogden – al dan niet bewust – diep leren te bevorderen. In het onderzoek is gekeken of deze ambitie werd waargemaakt.

Over de resultaten van het onderzoek is gepubliceerd in een praktijkboek. Dit praktijkboek is bedoeld voor leraren, schoolleiders, beleidsmakers en andere belangstellenden die geïnteresseerd zijn in de praktische opbrengsten van het onderzoek. In het boek wordt inzicht gegeven in wat de kenmerken waren van de onderzochte onderwijsleersituaties, hoe leerlingen leerden in de onderwijsleersituaties en hoe hun motivatie zich kenmerkte tijdens dat leerproces. Ook worden er concrete voorbeelden gegeven van zogenaamde ‘good practices’: onderwijsleersituaties waarbinnen leerlingen veel diepe leeractiviteiten uitvoerden en gemotiveerd waren. Tevens verscheen een wetenschappelijke rapportage waarin de gebruikte onderzoeksmethoden worden verantwoord en beschreven.

Het project was een kortlopend praktijkgericht onderwijsonderzoek, gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (subsidienummer 405-16-505).