Bijdragen van 3 sprekers

Maria Michels – schoolleider van De Nieuwste School, Tilburg

Maria vertelde vanuit haar rol als schoolleider over hoe het onderwijs op haar school is opgezet. Daarbij staan eigenaarschap en verantwoordelijkheid voor de leerling centraal, het samen leren in gemeenschappen, maar ook het zichtbaar maken van het leerproces en de leeractiviteiten van de leerlingen. Het onderwijs op De Nieuwste School is ook heel anders opgezet, waarbij de leerling meer centraal staat en de docent meer in de rol van begeleider treedt. Voor docenten betekent dit ook dat zij samenwerken met collega’s van andere vakken, vaste methoden en boeken loslaten, om maar een paar zaken te noemen. Docenten krijgen hierdoor ook meer verantwoordelijkheid voor de didactische keuzes die ze moeten maken. Vanwege de aard van dergelijk onderwijs was haar stelling dan ook: docenten moeten leerlingen veel meer betrekken bij de didactische keuzes die ze maken. Een eerste peiling onder het publiek liet grote instemming met deze stelling zien. Op de vraag wie van de aanwezigen hier ‘morgen in de eigen praktijk’ ook werk van ging maken, gingen de meeste handen echter weer omlaag.

Heli Penz – alumna van de ESoE, docent natuurkunde van het Willem van Oranje College, Waalwijk

Heli volgde de lerarenopleiding van de ESoE en ging daarna werken bij het Willem van Oranje College. Zij ervoer dat de opleiding haar weliswaar een goede basis had gegeven in zaken als klassenmanagement, vakinhoud en vakdidactiek, maar dat het in veel gevallen vooral ook nog voelde als een ‘zwemdiploma A’ (ofwel: hoofd boven water houden lukt, maar echt goed zwemmen is nog een ander verhaal). Ze liep in de praktijk tegen een aantal zaken aan, zoals: hoe ga je om met de afhankelijke houding van leerlingen, hoe leer je leerlingen omgaan met teleurstellingen, hoe organiseer je naast je lessen allerlei andere zaken die van je gevraagd worden. Omdat er steeds meer van docenten gevraagd wordt en in een steeds hoger tempo, is het belangrijk dat docenten nadenken over wat zij zelf willen en wat bij hen past. Ook is de vraag of elke docent een schaap met vijf poten moet zijn, of dat we niet eerder verschillende soorten docenten in de school willen hebben. De stelling van Heli was dan ook: besteed meer aandacht in de opleiding aan zelfkennis en zelfmanagement. Ook deze stelling kon op veel instemming rekenen. In verdere discussies in groepjes gedurende de dag en na afloop kwam wel aan bod in hoeverre ‘leiderschap’ niet een beter woord is dan ‘management’. En een interessante vraag is wat je je rol als docent vindt in een context waarbij een deel van je taken ook overgenomen lijken te (kunnen) worden door ICT.

Lex Lemmens – decaan Bachelor College TU/e

Lex Lemmens ging vanuit zijn rol als decaan van het Bachelor College van de TU/e in op de veranderingen die hij in het universitair onderwijs en bij studenten waarneemt. Het onderwijs krijgt te maken met grotere aantallen, meer diversiteit in studentenpopulatie en studenten met ook heel andere kenmerken als het om leren gaat. Ook wordt van het universitair onderwijs een ander type afgestudeerde gevraagd, namelijk een ingenieur die naast sterke vakkennis beschikt over allerlei vaardigheden, die kan verbinden en multidisciplinair kan samenwerken, iemand die creatief is, ondernemend is, en die flexibel en globaal kan opereren. Dit vraagt om radicaal andere didactiek van docenten op de universiteit, maar ook om een andere voorbereiding van leerlingen op een dergelijke studiecontext in het voortgezet onderwijs. De docent wordt meer een begeleider, curricula worden flexibeler en persoonlijker, de rol van ICT wordt belangrijker. Lex poneerde een aantal prikkelende stellingen, namelijk: kennisoverdracht zal in de toekomst vooral via ICT/robots plaatsvinden; standaard curricula zullen worden vervangen door individuele ‘learning playlists’; en, een organisatie als ESoE zal meer persoonlijke coaches opleiden en ICT/robots programmeren voor kennisoverdracht. De stellingen riepen gemengde reacties op, en in de discussies die volgden konden veel groepen het ook niet laten hier nader op in te gaan.