Bijdragen vanuit de groepjes

Verslag vanuit de groepjes

Na afloop van de pitches werd in een zestal groepen verder gediscussieerd over de stellingen van de pitchers en de inhoud van hun bijdragen. De opdracht aan de groepen was om een advies of uitspraak te formuleren voor de lerarenopleiding of voor de professionele ontwikkeling van docenten. Hieronder volgt per groep een korte samenvatting van de belangrijkste inhoud en adviezen.

Groep 1 (o.l.v. Leandra Lok)
Wordt het onderwijs in de toekomst door robots verzorgd? Ten dele wel, ICT/robots kunnen bepaalde instructies best voor hun rekening nemen, idem wat betreft toetsing. Maar de affectieve kant van het leerproces kan niet door ICT worden overgenomen, daarvoor is het contact tussen docent en leerling blijvend van belang. Ook wordt een interpersoonlijke relatie vooral face-2-face gerealiseerd. Advies aan de lerarenopleiding: laat studenten/docenten nadenken over wat hun toegevoegde waarde is, ook binnen de les zelf. Richt je vooral op die toegevoegde waarde.

Groep 2 (o.l.v. Gonny Schellings)
ICT/robots gaan zeker een deel van de taken van docenten overnemen, maar het gaat dan om meer routinematige taken: ICT/robots zullen dus regelmatig samenwerken met docenten in ‘teamverband’. ICT/Robots hebben zeker een “grote vlucht” gemaakt; en we verwachten zeker dat ICT/Robots nog veel door ontwikkeld gaat worden, maar: op dit moment hebben we nog geen antwoord op de “google”-effecten: we weten simpel niet wat waar is (denk aan fake-news) en de docent zal hierbij een grote rol blijven behouden om te waken over de kwaliteit van de informatie die de leerlingen vinden op het internet. Denk hierbij ook aan de povere kwaliteit van google translator. Wel denken we dat de kennis die we nu vergaren op een hoger niveau staat dan de kennis die we vroeger hadden.
Door ICT/AI (Artifical Intelligence) kan informatie sneller uitgelegd worden, waardoor de kennis hoogwaardiger wordt bevonden. Waarschijnlijk gaat AI op verschillende manieren ingezet worden voor bijvoorbeeld verschillende leeftijdsgroepen; misschien kan AI voor oudere medemensen meer dingen “overnemen” dan voor de jongere generatie.
De vragen die ook gesteld werden, maar waar we eigenlijk niet zo diep op ingegaan zijn, is of “sociaal constructivisme” (= het in dialoog kennis construeren) bereikt kan worden met AI en/of wat de invloed van AI op het creatief denken is… De meningen leken hierover wel wat verdeeld. Wel zien we grote rol voor AI/ICT idd voor de meer routinematige taken (administratie/nakijken toetsen), maar ook wordt uitgesproken dat leerlingen ook zelf de basis kennis en vaardigheden (routinematige skills) moeten leren uit te voeren.
De leraar en de leerling blijven eigenaar van het leerproces, het face-2-face gesprek en de interpersoonlijke kant blijven dus erg belangrijk. Er zijn diverse taken van docenten die belangrijker worden, en waarbij de inzet van ICT niet zonder meer meteen eenvoudig kan: inspirator, beoordelaar, ondersteuner, bemiddelaar, curriculum ontwerper, etc.

Groep 3 (o.l.v. Maaike Koopman)
Robots/ICT kunnen kennisoverdracht overnemen van docenten, maar leren is meer dan alleen kennis overdragen. De docent is essentieel als het gaat om een aantal zaken: enthousiasmeren/initiatief nemen, coach, beoordelaar (met name niet routinematige taken zijn niet eenvoudig door ICT te beoordelen), ontwerpen van onderwijs, leren leren ondersteunen, remediëren.
Aandachtspunt voor opleidingen: meer nadenken over rol van ICT en rol van docenten, en waar ICT de rol wel/niet kan overnemen. Belangrijk is dat opleidingen dan congruent zijn in wat zij van leraren in de praktijk vragen (congruent opleiden).

Groep 4 (o.l.v. Marieke Thurlings)
Belangrijke rollen van de docent zijn/blijven: coach, vakinhoudelijke kennis, leerling voorop stellend/ op maat en de docent speelt in op wat nodig is, recht doen aan diversiteit, leerlingen begeleiden in hun leerproces, en leren te leren. Docent moet het ‘vonkje’ bij de leerling laten branden, nieuwsgierigheid opwekken. Dat is dan ook meteen de toegevoegde waarde van een docent – een robot of AI kan wel ondersteunen, bijv. met administratie of programma’s voor herhalings- en oefenstof. Er moeten (meer op school/curriculumniveau) doorlopende leerlijnen komen, niet alleen inhoudelijk maar ook vaardigheden, leren te leren e.d.
Omdat daarin het vaststaand curriculum los wordt gelaten kwam de vraag op: wat moeten we met het centraal eindexamen? Moeten er wel eisen zijn, en worden die per leerling (wanneer dan ook in VO) afgevinkt? Geeft de VO school een garantie aan het vervolgonderwijs “deze leerling is klaar voor jullie”? Of gaat het HO zelf toegangseisen (met bijv. toetsing daarbij) opstellen? Hoe borgen we hiervan de kwaliteit? Hoe dan ook moet de toetsing de ontwikkelingen niet in de weg staan.
Wat moet ESoE doen om de studentleraar klaar te stomen? Veel reflecteren (wat al gebeurt); BSL (Begeleiding Startende Leraren) traject werd genoemd vanwege de inductietijd. Studenten moeten meer gaan samenwerken dan nu, want dat ‘nieuwe’ onderwijs maak je samen (studentleraren, beginnende, gevorderde leraren…). Studenten moeten ontdekken wat de voordelen zijn van samenwerken. M.a.w.: ze moeten van de opleiding komen met een mindset waarin ze gewend zijn en open staan om de samenwerking, coaching, hulp etc. aan te gaan; sterk in je schoenen te staan en zelfkennis, zelfmanagement, en zelfleiderschap te hebben. Kanttekening daarbij was wel dat dat op nog lang niet alle scholen gemeengoed is.

Groep 5 (o.l.v. Lesley de Putter)
Zoals je weet kan een kleuter meer dan 200 activiteiten verzinnen met een paperclip, een dertiger daarentegen maar vijf. Deze teruggang in creativiteit zie je ook in de zelfredzaamheid van de leerlingen. De leerlingen zijn afhankelijk geworden / gemaakt en dat willen we keren. In de lerarenopleiding zien wij dan ook de noodzaak om de leraren-in-opleiding te wijzen op deze houding en hen te leren hoe deze om te zetten in een actieve houding. Deze mentaliteitsverandering gaat leiden tot intrinsieke motivatie bij leerlingen om te leren. De didactische middelen zijn overal voorhanden: open opdrachten, onderzoekend leren, activerende werkvormen, leerlingen die zelf het leren gaan sturen en coachende docenten die het leerproces bewaken en aanjagen met de juiste vragen. Op deze congruente manier is ‘tijd’ niet meer een issue, want dan is dergelijk leren gewoon en net zo efficiënt als wat men nu doet.
Wij zien in de toekomst best de inzet van KI-robots die veel weten en daardoor nog efficiënter vragen kunnen stellen dan de docent. Het voorbeeld van een IBM KI die zelfs de quiz jeopardy won werd hierbij genoemd. Echter, de menselijkheid aan interactie zien wij als nodig, met name in groepen die een sterk meester-gezel model nodig hebben om goed te leren. Daaruit volgt de stelling: “De laatste docent die overblijft is de bèta docent op het VMBO”

 

Groep 6 (o.l.v. Hans Sterk)
Wij denken dat computers in de toekomst een groot aantal ‘onderwijsfuncties’ van docenten (eventueel) kunnen overnemen: informatie overdragen, oefenen, feedback geven, beoordelen, motiveren, richten op de leerdoelen, aansluiten bij de voorkennis.
Wij denken wel dat er een aantal docentrollen overblijven waar overname minder voor de hand ligt/moeilijker is: coachen, gidsen, inhoudelijk expert op de achtergrond. Vooral op het gebied van interpersoonlijke vaardigheden blijven docenten onmisbaar.
Ten slotte, de overname door computers sluit niet aan bij alle leerstijlen en is dus niet geschikt voor alle studenten!