Nevenwerkzaamheden

Bij de TU/e zijn afspraken gemaakt met hoogleraren en andere werknemers over het melden van nevenwerkzaamheden. Universitaire werknemers zijn op grond van artikel 1.14 van de CAO verplicht hun nevenwerkzaamheden te melden. Voor onze universiteit is in aanvulling hierop een eigen uitvoeringsregeling nevenwerkzaamheden vastgesteld. Zie hiervoor de 'regeling Nevenwerkzaamheden hierna'.

Met de minister van Onderwijs zijn aanvullende afspraken gemaakt over de transparantie van nevenwerkzaamheden van hoogleraren. Als resultaat van deze afspraak zijn de nevenwerkzaamheden van hoogleraren terug te vinden op de individuele profielpagina van de betreffende hoogleraar, op te vragen via ‘Zoek medewerker’. De hoogleraar is zelf verantwoordelijk voor de actualiteit van de gegevens op deze profielpagina.

De TU/e neemt de transparantie van nevenwerkzaamheden uiterst serieus en heeft de afgelopen jaren het toezicht hierop verscherpt. Met enige regelmaat toetsen wij de juistheid van de gegevens op de profielpagina. Daarnaast is het onderwerp nevenwerkzaamheden een vast onderdeel van de R&O jaargesprekken.

Medewerkers hebben voor werkzaamheden buiten de TU/e, die betekenis zouden kunnen hebben voor hun functievervulling aan de universiteit of voor de belangen van de universiteit, toestemming van de TU/e nodig. 

Regeling Nevenwerkzaamheden TU/e 2007

Algemeen

Ingevolge de bepalingen in de CAO Nederlandse Universiteiten, artikel 1.14, is de medewerker verplicht aan de werkgever mededeling te doen van zijn nevenwerkzaamheden, voordat hij*  daarmee aanvangt dan wel bij aanvang van zijn dienstverband. De nevenwerkzaamheden kunnen slechts worden verricht met toestemming van de werkgever. Voornoemd CAO artikel biedt de mogelijkheid om nadere regels vast te stellen; deze regeling geeft op dat punt een nadere invulling. In de regeling zijn bepalingen opgenomen die de "Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening" ondersteunen.

*Voor de leesbaarheid is de ""hij"" vorm gekozen. Hiervoor kan ook ""zij"" worden gelezen.  

De TU/e staat in het algemeen positief tegenover het verrichten van nevenwerkzaamheden door haar werknemers. Door nevenwerkzaamheden, al dan niet verricht in het verlengde van de reguliere werkzaamheden, kan een positieve wisselwerking optreden tussen de TU/e en haar maatschappelijke omgeving. De nevenwerkzaamheden kunnen echter ook op gespannen voet staan met de belangen van de TU/e. Om die reden hecht de TU/e aan openheid ten aanzien van het bespreken van  nevenwerkzaamheden tussen medewerkers en managers.

Nevenwerkzaamheden worden getoetst op de relatie met de universitaire functie, de eventuele revenuen en andere universitaire belangen. Voor betaalde nevenwerkzaamheden in het kader van de functie geldt dat er over de inkomsten die hieruit voortvloeien afspraken worden gemaakt. Nevenwerkzaamheden worden vooraf gemeld bij de beheerder (veelal directeur bedrijfsvoering of het diensthoofd).

Vastgelegde gegevens over nevenwerkzaamheden (functie, instantie, plaats, datum van ingang, tijdsbeslag, benoemingstermijn, betaald / onbetaald) van wetenschapsbeoefenaren, leden van het College van Bestuur, leden van een faculteitsbestuur en diensthoofden zijn per individu opvraagbaar via de TU/e website.

Definities:
In deze regeling wordt verstaan onder:

  1. Beheerder: degene die met mandaat of submandaat inzake personele aangelegenheden is belast.
  2. Leidinggevende: degene die met de dagelijkse leiding van de medewerker is belast.
  3. Medewerker: degene die een dienstverband heeft met de universiteit met uitzondering van student-assistenten.
  4. Nevenwerkzaamheden: betaalde of onbetaalde activiteiten en/of affiliaties die de belangen van de wetenschapsbeoefening en/of de universiteit kunnen raken.
  5. Inkomsten: geldelijke honorering of ander financieel belang.
  6. Werktijd: de in de opgave van het dienstverband overeengekomen arbeidsduur.

Artikel 1:
De medewerker is verplicht vooraf, of voor indiensttreding, nevenwerkzaamheden te melden bij de leidinggevende. Deze melding dient te omvatten:

  1. een omschrijving van de nevenwerkzaamheden en/of functie;
  2. de naam van de instantie en de plaats waar de nevenwerkzaamheden worden verricht;
  3. de datum van ingang van de nevenwerkzaamheden;
  4. de periode waarin de nevenwerkzaamheden worden uitgeoefend of de benoemingstermijn;
  5. een schatting van de hoeveelheid tijd gemoeid met de nevenwerkzaamheden en een aanduiding binnen of buiten werktijd;
  6. of er al dan niet sprake is van honorering of anderszins financieel belang.

Artikel 2:
De leidinggevende toetst de melding op de huidige en de toekomstige goede en onafhankelijke uitoefening van de universitaire werkzaamheden en de eventuele daaraan verbonden inkomsten. Vervolgens adviseert de leidinggevende de beheerder over deze aspecten.

Artikel 3:

  1. Nevenwerkzaamheden kunnen slechts worden verricht met voorafgaande toestemming van de werkgever. Voor het verrichten van nevenwerkzaamheden buiten werktijd wordt toestemming verleend, tenzij er sprake is van zwaarwegende bedrijfsbelangen.
  2. Over inkomsten verworven uit nevenwerkzaamheden binnen werktijd, worden door beheerder en medewerker na overleg nadere afspraken vastgelegd. Zie toelichting

Artikel 4:
De beheerder informeert de leidinggevende over zijn voorgenomen beslissing. Indien hij afwijkt van het advies van de leidinggevende treedt hij, na werknemer gehoord te hebben, met de leidinggevende in overleg om te bezien of er tot een eensluidend standpunt kan worden gekomen.

Artikel 5:
De beheerder neemt een definitieve beslissing en informeert de medewerker schriftelijk binnen 10 dagen nadat hij de melding van (voorgenomen) nevenwerkzaamheden heeft ontvangen.

Artikel 6:
Een positieve beslissing van de beheerder heeft een geldigheidsduur van maximaal vier jaar met de mogelijkheid van verlenging. Medewerker informeert zelf de beheerder over  mutaties met betrekking tot zijn nevenwerkzaamheden.

Artikel 7:
Tegen een beslissing van de beheerder is binnen zes weken bezwaar mogelijk bij het CvB in het kader van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Artikel 8:
Tegen personeelsleden die zich niet conformeren aan de regeling nevenwerkzaamheden kunnen passende disciplinaire maatregelen worden genomen, conform het gestelde in de CAO NU, artikel 6.12.

Artikel 9:
Deze regeling geldt vanaf 1januari 2007 en kan worden aangehaald als "Regeling Nevenwerkzaamheden TU/e 2007".

Toelichting bij de Regeling Nevenwerkzaamheden TU/e 2007

Nevenwerkzaamheden, voorbeelden

Als nevenwerkzaamheden worden beschouwd betaalde of onbetaalde activiteiten en/of affiliaties die de belangen van de wetenschapsbeoefening en/of de universiteit kunnen raken. Voorbeelden hiervan zijn o.a.:

  • commissariaat, adviseurschap, investeerder, bestuurder of vennoot van vennootschappen, stichtingen of verenigingen die geregeld in aanraking komen of krachtens haar opzet kunnen komen met de universiteit;
  • het optreden als (gast)docent voor derden*;
  • participeren in een onderzoeksproject voor derden;
  • het vervullen van een adviseurschap voor een externe organisatie.

Over revenuen die voortvloeien uit betaalde nevenwerkzaamheden worden met de beheerder afspraken gemaakt.

NIET onder nevenwerkzaamheden in het kader van de regeling worden verstaan: alle overige betaalde of onbetaalde activiteiten die door hun aard en tijdbeslag geen enkel verband houden met de functie en het dienstverband en waarvan het duidelijk is dat ze het belang van de universiteit niet (kunnen) raken en buiten werktijd worden verricht.

*Gedoeld wordt op zaken als het voor een organisatie als TIAS tegen betaling verzorgen van een collegereeks, niet op het bij een andere universiteit eenmalig verzorgen van een gastcollege.

De melding
Het melden van nevenwerkzaamheden bij de beheerder en het bespreken daarvan tussen leidinggevende en medewerker is essentieel vanwege de door de TU/e gewenste transparantie. In beginsel is de medewerker zelf verantwoordelijk voor de beoordeling of nevenwerkzaamheden in zijn concrete situatie toelaatbaar zijn. Om te voorkomen dat achteraf discussie ontstaat over de juistheid van de afweging is het noodzakelijk dat  vooraf een melding plaatsvindt. Hiermee wordt ook voorkomen dat inmiddels aanvaarde nevenwerkzaamheden alsnog moeten worden gestaakt of andere maatregelen moeten worden genomen. De opgave van nevenwerkzaamheden zal door middel van een formulier (voor indiensttreding) of webpagina (voor medewerkers) geschieden.

De beoordeling
Indien verwacht kan worden dat de werkzaamheden de medewerker niet zullen belemmeren bij de kwantitatieve en kwalitatieve uitoefening van de functie en het belang en het aanzien van de wetenschapsbeoefening en/of de universiteit en/of de universiteitsgemeenschap niet schaden, zal er toestemming worden verleend. Voor medewerkers werkzaam bij een faculteit geldt dat de decaan altijd kennisneemt van de opgave van nevenfuncties, alvorens de beheerder ondertekent. Een verbod op het uitoefenen van nevenwerkzaamheden zal per aanvraag worden gemotiveerd en staat open voor bezwaar en beroep.

Nevenwerkzaamheden waaraan inkomsten zijn verbonden
Indien er sprake is van inkomsten uit nevenwerkzaamheden worden er door de beheerder en medewerker nadere afspraken gemaakt en vastgelegd over aan wie deze inkomsten (geheel of gedeeltelijk) toekomen. Onderwerp van gesprek bij de afweging kan onder meer zijn: de relatie van de werkzaamheden met de hoofdwerkzaamheden, of de werkzaamheden (gedeeltelijk) binnen werktijd danwel buiten werktijd plaatsvinden en waarbij tevens de hoogte van de beloning in relatie tot de professionele onafhankelijkheid aan de orde kan worden gesteld.

In principe komt de beloning voor nevenwerkzaamheden buiten werktijd toe aan de werknemer tenzij voor deze werkzaamheden gebruik wordt gemaakt van kennis en/of middelen van de TU/e. Ingeval van gebruik van TU/e-kennis/-middelen voor werkzaamheden buiten werktijd, worden er door beheerder en medewerker afspraken gemaakt over een eventuele inkomsten- en/of kostenverdeling.

Functioneringsgesprek
Jaarlijks dient in het te voeren functioneringsgesprek tussen medewerker en leidinggevende het punt van nevenwerkzaamheden aan de orde te komen waarbij de geaccordeerde activiteiten worden getoetst op de invloed op de kwantitatieve en kwalitatieve inzetbaarheid van de medewerker binnen de TU/e. Eventuele mutaties in nevenwerkzaamheden worden gemeld/besproken.

Overgangsregeling
Bij de introductie van deze nieuwe regeling voor nevenwerkzaamheden zullen de huidige activiteiten waarvoor eerder expliciet toestemming is gegeven opnieuw moeten worden bezien. In een aantal gevallen zal binnen het nieuwe beoordelingskader een nieuw besluit nodig zijn. Indien dit besluit niet positief is, zal een reële termijn worden gesteld voor het beëindigen van de onderhavige activiteiten of het in overeenstemming brengen met eventuele nieuwe voorwaarden.